Archi en VNGR ArchiMate-modellen


Overzichtpagina werken met VNGR Archimate-modellen

VNGR heeft gekozen om haar Archimate-modellen te ontwikkelen en beheren met Archi en git. Op deze pagina staat beschreven wat je nodig hebt om met Archi te kunnen werken en hoe je toegang krijgt tot de Archimate-modellen opgeslagen in de git-repositories.

Archi versie[bewerken]

Gebruik de nieuwste versie van Archi. De ervaring leert dat de Archi releases zeer stabiel zijn.

Voor het GEMMA Archimate-model en de van de GEMMA afgeleide projectmodellen geldt de eis dat versie 4.7 of hoger moet worden gebruikt. Dit vanwege:

  • ondersteuning voor ArchiMate 3.1 (vanaf Archi 4.6)
  • het samenvoegen van projectmodellen en het GEMMA Archimate-model (interne en geëxporteerde id's gelijk aan elkaar vanaf versie 4.7)

Zie de pagina Archi en plug-ins installeren voor instructies en links van plug-ins en configuratiebestanden

Archi documentatie[bewerken]

Hier een aantal links voor meer Archi documentatie en tips:

Werken met Archimate-modellen[bewerken]

Je kunt in Archi een Archimate-model opslaan in een bestand (met .archimate extensie) of publiceren in een git-repository. Beide hebben hun bestaansrecht, kies voor

  • opslaan in bestand
    • snel, geen voorbereiding nodig en kan altijd later alsnog in git worden beheerd
    • voor wat 'plaatjes' zonder versiebeheer en samenwerking via de mail
  • publiceren in git-repository
    • bewerkelijker, maar gaat snel als je het vaker doet.
    • versiebeheer voor persoonlijk gebruik
    • versiebeheer en samenwerken met een zelf te bepalen groep mensen

De rest van deze paragraaf gaat ervan uit dat een Archimate-model wordt gepubliceerd in een git-repository.

Hoe open je een in git gepubliceerd model[bewerken]

Om met Archi een bestaand Archimate-model te openen, heb je alleen de URI van de git repository nodig.

Voorbeeld hoe je eenvoudig de publieke GEMMA ArchiMate-repository kunt openen in Archi

  • met de browser
  • met Archi
    • Collaboration > import remote model to workspace
    • plak de git URL in de pop-up
    • En je kunt het model in Archi bekijken

Dit werkt voor Archimate-modellen die via git gepubliceerd zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar:

Je kunt met Archi deze publieke Archimate-modellen bekijken en ook wijzigen. Je kunt de wijzigingen echter niet publiceren, hiervoor heb je schrijfrechten in de repository nodig. Maar je kunt de wijzigingen wel opslaan in een lokaal bestaan en eventueel vervolgens in je eigen git repository.

Als je in een Archimate-model wilt samenwerken en dus ook je wijzigingen in het model wilt kunnen publiceren, zul je bij de beheerder of eigenaar van de repository schrijfrechten moeten aanvragen.

Versiebeheer voor een Archimate-model[bewerken]

Door een Archimate-model niet in een bestand bewaren, maar in git te publiceren, beschik je over versiebeheer. Met git versiebeheer kun je wijzigingen als één bij elkaar horende set bewaren, in een commit. Archi toont in de Change history alle commits. Je kunt nu 'tijdreizen' door oude commits te openen, waarna je kunt bekijken hoe het model in een vorige versie in elkaar zat.

Als je het model niet met anderen hoeft te delen, dan kun je een persoonlijke git repository aanmaken. Dit kan bij alle git-providers, hieronder is gekozen voor GitLab.

  • met de browser
    • Ga naar Project > Your projects
    • Maak een nieuw project met daarin een repository (groene button rechts boven [new project])
      • Geef een naam en kies voor private (standalone) of public (publiceren of samenwerken)
    • Copy de URL, kies voor SSH of HTTPS
  • Open Archi
    • Maak een nieuw model aan of open een bestaand model in een bestand. Het model mag helemaal leeg zijn.
    • Collaboration > Add local model to workspace and publish
      • plak de git URL in de pop-up
    • Het model is nu gelinkt aan de GitLab-repository.
      • opslaan bewaart het model in een lokaal bestand
      • commit maakt een nieuwe versie aan in de lokale git-repository
      • publish publiceert de laatste versie bij GitLab

Zie verder de wiki coArchi – Model Collaboration for Archi hoe je met Archi en versies werkt.

GEMMA git-flow[bewerken]

Aanzet voor hoe we in de GEMMA repository omgaan met branches.

Voorstel voor is om te kiezen voor de git-flow A successful Git branching model. De GEMMA kent dan de volgende branches:

  • master, bevat de gepubliceerde stabiele releases
    • dit is de hoofdbranch, die iedere repository heeft
    • releases worden vanuit de master-branch uitgevoerd nadat alle relevante wijzigingen uit de develop branch zijn gemerged
  • develop, bevat de meest actuele opgeleverde nieuwe onderdelen.
    • hiervandaan worden feature branches aangemaakt.
    • als een feature is afgerond, wordt deze weer in de develop-branch gemerged
  • feature branches; voor iedere uitbreiding/wijziging op de GEMMA wordt een feature branche gemaakt
    • de naam van een feature branches refereert aan wat gemaakt wordt. Bijvoorbeeld de feature "Impactanalyse BRK" of "WOO"
    • Nog te bepalen. Moeten featurebranches altijd weer gemerged worden met de develop branche? of kunnen feature voor tussenresultaten gewoon op zich zelf blijven bestaan? Bijvoorbeeld een plaat die niet in de GEMMA thuishoort, maar die je wel wilt bewaren als feature?

Voordelen van deze werkwijze is dat releases gecontroleerd samengesteld kunnen worden door de 'maintainers' van de master branche. Ondertussen kunnen architecten onafhankelijk van de release-cycle werken aan features. Zodra een feature af is wordt deze gemerged met de develop branche om te worden opgenomen in een volgende release.

We maken geen gebruik van release-branches en hotfix-branches. Voor nu lijkt dat relevanter voor softwareontwikkeling dan voor architectuurmodellen.

Deze pagina is het laatst bewerkt op 20 apr 2023 om 02:00.