Aan deze wiki wordt momenteel gewerkt. Het kan zijn dat tijdens deze werkzaamheden links niet werken of dat sommige views niet of onvolledig getoond worden.

Toelichting op GEMMA 2 Applicatiearchitectuur


Waarom de GEMMA 2 Applicatiearchitectuur?

De GEMMA 2 platen (applicatiefunctiemodel en referentiecomponentenmodel) zijn een doorontwikkeling van de tot 2015 geldende midoffice-plaat. Het was tijd voor een nieuwe plaat die beter aansluit bij de hedendaagse uitdagingen en de daarbij horende leidende architectuurprincipes voor gemeenten en kijkt naar het geheel van de gemeentelijke informatievoorziening ipv. enkel dienstverlening.

Enkele boodschappen die de GEMMA 2 applicatiefunctieplaat wil overbrengen:

  • De oude plaat was erg gericht op transactionele (e-)dienstverlening en daarbinnen op het concept van de “Midoffice”. De gemeentelijke informatievoorziening is echter breder dan dienstverlening alleen. Specifieke functionaliteit voor specifieke domeinen krijgt daarmee een prominentere plaats in de applicatiearchitectuur;
  • Midofficefuncties worden nu ‘doorgekanteld’ naar generieke platformfuncties die door andere applicaties gebruikt kunnen worden.
  • Op aanvraag van gemeenten komen we met een functionele plaat die los staat van eventuele implementatie in informatiesystemen. Aan een koppeling met de referentiecomponenten en de softwarecatalogus wordt nog gewerkt.
  • De gemeentelijke applicatiearchitectuur staat ten dienste van de hele maatschappij. Burgers, bedrijven en ketenpartners worden in GEMMA 2 volwaardige gebruikers van het applicatielandschap, met specifiek op maat gesneden applicatiefuncties. Dit gaat verder dan functionaliteit voor het invullen en afhandelen van een e-formulier;
  • Hergebruik van generieke functies (zie ook de principes) is een belangrijk uitgangspunt. Dit geldt op nationaal, sectoraal en gemeentelijk niveau. Het is echter geen dogma. Er zal per bedrijfsproces een afweging gemaakt moeten worden of deze het beste met generieke of met processpecifieke functionaliteit ondersteund kan worden. Een specifiek bedrijfsproces kan geconfigureerd met de generieke applicatiefunctie beheren van zaken of Beheren van processen of met een processpecifieke applicatie.
  • In beide gevallen wordt wel verwacht dat er gebruik gemaakt wordt van onderliggende Gedeelde generieke functionaliteit, bijvoorbeeld voor het Registreren en delen van documenten. Zo gaat een processpecifiek systeem ook zaakinformatie opslaan in het onderliggende zakenmagazijn;
  • “Verbinden” is in tegenstelling tot de oude plaat geen applicatiefunctie die centraal getekend kan worden, maar een aspectgebied dat achter de hele plaat ligt. ‘Verbinden zit overal’
  • Ditzelfde geldt ook voor "Beveiliging".


Toelichting op de plaat

De GEMMA 2 applicatiefunctieplaat is beschreven in de open en onafhankelijke beschrijvingstaal ArchiMate. Van deze beschrijvingstaal wordt een gedeelte van het totaal aan de beschikbare architectuurelementen en relaties gebruikt. De gebruikte elementen en hun onderlinge relaties zijn vastgelegd in het GEMMA metamodel. Op de GEMMA applicatiearchitectuurplaat staan twee soorten ArchiMate-objecten: Applicatiefuncties en groepen.

De applicatiefuncties op de plaat bouwen op van beneden naar boven, van generiek naar specifiek.

  • Specifieke functionaliteit werken we per thema uit. Momenteel is dit al deels gedaan voor het thema sociaal domein Op deze plaat zijn de specifieke referentiecomponenten voor het sociaal domein getekend. Overige domeinen volgen.

Wanneer u op een bedrijfs-, applicatiefunctiefunctie of referentiecomponent klikt, krijgt u de definitie van het object, de relaties met andere objecten en een overzicht van platen waar deze functie nog op voorkomt.

Veel applicatiefuncties bestaan nog uit subfuncties. Deze staan onder de zogenaamde 'deelplaten'. Voorbeeld: de functie Beheren van zaken op de hoofdplaat kent een aantal subfuncties.