Compliancy Betalen- en Invorderenservices

Meer over dit koppelvlak =>
Testsetversie:1.1
StatusIn gebruik
Datum laatst gewijzigd19 mei 2015


Revisie historie

Versie Datum Reden en aard wijziging
1.0 01-07-2014 -
1.1 25-11-2014 Correctief onderhoud;Herindeling en naamswijziging testscenario’s t.b.v. StUF Testplatform release 1.3.0
1.2 19-05-2015 Publicatie testsetbeschrijving op de gemmaonline.


Inleiding

De standaard Betalen- en Invorderenservices 1.0 is op 2 april 2014 formeel vastgesteld door de StUF Regiegroep. Daarmee heeft de standaard de status ‘In gebruik’ en wordt gemeenten aanbevolen om deze standaard te gebruiken.

Voor een juiste toepassing van de standaard Betalen- en Invorderenservices worden door KING compliancy instrumenten ontwikkeld met als doel interoperabiliteitsproblemen tussen applicaties bij gemeenten preventief te verminderen. In de paragraaf 2.1 ”Wanneer is een softwareproduct compliant” is aangegeven wanneer een softwareproduct compliant is aan de Betalen- en Invorderenservices 1.0.

KING adviseert gemeenten bij aanschaf van software die moet voldoen aan deze standaard gebruik te maken van de Handreiking Levering en Acceptatievoorwaarden ICT. Daarin zijn voorwaarden opgenomen over het gebruik van compliancy instrumenten.

Op 7 mei 2014 heeft KING de technische professionals van leveranciers tekst en uitleg gegeven over het deze testset en het gebruik van het StUF Testplatform. Onderliggend document maakt deel uit van de compliancy instrumenten van KING.

Doel van document

Doel van dit document is het definiëren van een standaard testset voor het testen van koppelingen die gebaseerd zijn op de Betalen- en Invorderenservices 1.0. Deze testset beschrijft de tests die minimaal voorafgaand aan het in productie nemen van (aangepaste of nieuwe) software door de betreffende softwareleverancier uitgevoerd moeten worden.

De testen dienen uitgevoerd te worden conform deze beschrijving en met behulp en conform de voorwaarden van het StUF Testplatform. Voor gebruik van deze testset is een abonnement nodig op het StUF Testplatform nodig. Organisaties dienen voor zover ze nog geen abonnement hebben zich aan te melden. Zie: [www.stuftestplatform.nl StUF Testplatform]

Indien voldaan wordt aan alle compliancy eisen uit kan de betreffende leverancier aangeven dat het geteste softwareproduct compliant is aan de Betalen- en Invorderenservices 1.0.

Wanneer is een softwareproduct compliant

Een softwareproduct is compliant aan de Betalen- en Invorderenservices 1.0 (*), indien aan alle onderstaande vijf eisen wordt voldaan:

NrEis
1Het betreffende softwareproduct getest is conform de eisen en voorwaarden uit onderliggende document inclusief de bijlagen en
2De uitvoering heeft plaatsgevonden op en conform de voorwaarden van het StUF testplatform en
3Een foutloos testresultaat is behaald en
4Finale en authentieke testrapporten openbaar zijn gemaakt op het internet en
5In de GEMMA softwarecatalogus heeft u het authentieke testrapport uit stap 4 gepubliceerd bij het betreffende softwareproduct en aangegeven (aangevinkt) dat u compliant bent.

(*) Hoewel een foutloos testresultaat van deze testset geen absolute zekerheid geeft van 100% interoperabiliteit tussen applicaties, geeft dit wel een goede indicatie van de kwaliteit van de ondersteuning van de standaard.

Specificatie van testset

Leveranciers van gemeentelijke software dienen koppelingen te leveren die volledig voldoen aan de standaard. Afhankelijk van de GEMMA referentiecomponent(en) die een softwareproduct invult binnen het toepassingsgebied van de standaard, stelt de standaard andere eisen. Daardoor is de testscope niet voor alle applicaties gelijk.

Referentiecomponenten

De specificatie stelt eisen aan drie referentiecomponenten. Dit zijn:

  • Taakspecifieke applicatie (TSA): de applicaties waar Invorderingen voor de gemeenten uit ontstaan. Dit betreft zowel Backoffice applicaties als een zaaksysteem waarin bijvoorbeeld vergunningen worden afgegeven.
  • Inningensysteem: Systeem voor ondersteuning van het innen, invorderen en kwijtschelden van publiekrechtelijke en eventueel privaatrechtelijke vorderingen.
  • Financiële applicatie: Systeem voor financieel management, administratie en budgetbeheersing.

Procesinteracties en systeemcomponenten

Onderstaand overzicht beschrijft het applicatielandschap met de te standaardiseren proces- en systeeminteracties. De processtappen zijn verder uitgewerkt in het Koppelvlakspecificatiedocument dat in april 2014 is opgeleverd.

Afbeelding Traject Betalen en Invorderen Operatie NUP.png

Consumer en provider testen

Bij elke test is middels een P of C aangegeven of het een Provider of Consumer test betreft. Bij een provider test moet de te testen applicatie een service beschikbaar stellen aan het StUF Testplatform; het StUF Testplatform zal één of meerdere berichten versturen naar de te testen applicatie. In geval van een consumer test levert het StUF Testplatform een service aan de te testen applicatie. De te testen applicatie moet in deze gevallen één of meerdere berichten versturen naar het StUF Testplatform. Afhankelijk of een test een provider of consumer test is verwacht het StUF Testplatform dus een bericht van de te testen applicatie of verstuurt het StUF Testplatform een bericht naar de te testen applicatie.

Interactiepatroon.png

In de volgende paragrafen wordt per referentiecomponent/rol(*) beschreven welke testen uitgevoerd moeten worden, de testscope. Indien een softwareproduct invulling geeft aan meerdere referentiecomponenten dan is de testscope voor het softwareproduct gelijk aan de gezamenlijke testscope van alle ingevulde referentiecomponenten. Bijvoorbeeld, als een softwareproduct zowel de functionaliteit levert van de referentiecomponent Zaaksysteem als van een Document Management systeem, dan dienen zowel de testen van het referentiecomponent Zaaksysteem als Document Management systeem uitgevoerd te worden.

*Een rol kan gezien worden als een groep van referentiecomponenten die dezelfde generieke functionaliteit bieden. Een voorbeeld hiervan is de Zaakservice consumer. Indien een softwareproduct de rol van Zaakservice consumer invult dan betekent dit dat in dit softwareproduct zaakgerelateerde informatie ontstaat of wordt aangepast en dat deze informatie volgens de services uit de Zaak- en Documentservices wordt ontsloten naar een Zaaksysteem. Vrijwel elk softwareproduct kan de rol van Zaakservice consumer invullen. Denk aan vergunningsystemen, handhavingssystemen, uitkeringensysteem etc.

Testscope: Taakspecifieke Applicatie

Indien een softwareproduct invulling geeft aan de referentiecomponent taakspecifieke applicatie, dan moet op het StUF Testplatform de testset Betalen en Invorderen services uitgevoerd worden voor de referentiecomponent taakspecifieke applicatie.

De Betalen en Invorderen services beschrijven voor een taakspecifieke applicatie naast verplichte ook optionele services. Afhankelijk of een taakspecifieke applicatie deze services implementeert moeten bepaalde testscenario’s verplicht uitgevoerd worden. Services welke volgens de standaard voor het betreffende referentiecomponent als optioneel worden aangemerkt zijn als zodanig ook als optioneel testscenario geïmplementeerd in het StUF Testplatform. Het StUF Testplatform biedt de functionaliteit om deze optionele testscenario's per testset uitvoering aan -of uit de zetten.

Tijdens de testset uitvoering mogen geen fouten geconstateerd worden door het StUF Testplatform.

Tijdens de testuitvoering simuleert het StUF Testplatform een Inningensysteem applicatie. Er worden berichten naar het te testen softwareproduct gestuurd waarin zowel verplichte als optionele elementen voorkomen. Tijdens de testuitvoering worden de volgende services getest:

  1. Verstrek vordering (C)
  2. Verstrek Vorderingstatus (C)
  3. Verstrek vorderingstatus wijziging (P)

Als de taak specifieke applicatie documenten opslaat in een extern DMS of zaakinformatie opslaat in een zaaksysteem dan moet dit gebeuren volgens de zaak- en documentservices 1.0 standaard. Vanuit de Zaak- en documentservices 1.0 vult de taak specifieke applicatie daarmee de rol in van zaakservice consumer en/of documentservice consumer. In de zaak- en documentservices testset staat beschreven welke testscenario’s voor deze rol(len) verplicht uitgevoerd moeten worden. De verplichte testscenario’s behoren de testscope van de taak specifieke applicatie.

Testscope Inningensysteem

De Betalen en Invorderen services beschrijven voor een inningensysteem naast verplichte ook optionele services. Afhankelijk of een taak specifieke applicatie deze services implementeert moeten bepaalde testscenario’s verplicht uitgevoerd worden. Services welke volgens de standaard voor het betreffende referentiecomponent als optioneel worden aangemerkt zijn als zodanig ook als optioneel testscenario geïmplementeerd in het StUF Testplatform. Het StUF Testplatform biedt de functionaliteit om deze optionele testscenario's per testset uitvoering aan -of uit de zetten.

Tijdens de testset uitvoering mogen geen fouten geconstateerd worden door het StUF Testplatform.

Tijdens de testuitvoering simuleert het StUF Testplatform een Taakspecifieke applicatie en Financiële administratie. Er worden berichten naar het te testen softwareproduct gestuurd waarin zowel verplichte als optionele elementen voorkomen. Tijdens de testuitvoering worden de volgende services getest:

  1. Verstrek vordering (P)
  2. Verstrek Vorderingstatus (P)
  3. Verstrek vorderingstatus wijziging (C)
  4. Verstrek Financiële verantwoording (C)

Als het inningensysteem documenten opslaat in een extern DMS of zaakinformatie opslaat in een zaaksysteem dan moet dit gebeuren volgens de zaak- en documentservices 1.0 standaard. Vanuit de Zaak- en documentservices 1.0 vult het inningensysteem daarmee de rol in van zaakservice consumer en/of documentservice consumer. In de zaak- en documentservices testset staat beschreven welke testscenario’s voor deze rol(len) verplicht uitgevoerd moeten worden. De verplichte testscenario’s behoren de testscope van het inningensysteem.

Indien het inningensysteem niet rechtstreeks een basisregistratie bevraagt voor natuurlijke en niet-natuurlijke persoonsgegevens dan moet het inningensysteem deze gegevens opvragen uit een gegevensmagazijn via services uit de Prefill eFormulier services standaard. Vanuit de Prefill eFormulier services 1.0 vult het inningensysteem daarmee de rol in van E-formulieren Applicatie. In de Prefill eFormulier services testset staat beschreven welke testscenario’s voor deze rol verplicht uitgevoerd moeten worden.

Testscope: Financiële Administratie

Indien een softwareproduct invulling geeft aan de referentiecomponent Financiële Administratie dan moet op het StUF Testplatform de testset Betalen en Invorderen services uitgevoerd worden voor de referentiecomponent Financiële Administratie.

Tijdens de testuitvoering simuleert het StUF Testplatform een Inningensysteem. Er worden berichten naar het te testen softwareproduct gestuurd waarin zowel verplichte als optionele elementen voorkomen. Tijdens de testuitvoering worden de volgende services getest:

  1. Verstrek Financiële verantwoording (P)

Bericht varianten

Voor elk testscenario geldt dat de services worden getest met een minimale en maximale variant van een bericht.

De maximale variant van een bericht bevat alle door de standaard verplichte en optionele elementen, voorzien van een volgens het RSGB/RGBZ geldige waarde waarbij gerelateerde elementen maximaal twee keer voorkomen en maximaal maximaal twee niveau’s diep (gerelateerde van een gerelateerde)

De minimale variant van een bericht bevat alleen de verplichte elementen, voorzien van een volgens het RSGB/RSGZ geldige waarde waarbij gerelateerde (verplichte) elementen maximaal 1 keer voorkomen.

Beschrijving testset scenario’s

De testscenario’s behorende bij deze testset zijn beschreven in een spreadsheet.

Per referentiecomponent/rol is een tabblad opgenomen waar u de testscenario’s vindt die relevant zijn voor softwareproducten die deze referentiecomponent/rol invullen. Een testscenario beschrijving bestaat uit een sequence diagram (in UML) en een tabel waarin wordt toegelicht welke acties uitgevoerd moeten worden en wat daarbij het resultaat moet zijn.

Testscenario afbeelding 1.png Afbeelding 2: voorbeeld scenariobeschrijving

Het sequence diagram geeft aan in welke volgorde de berichten verstuurd moeten worden door het StUF Testplatform of de te testen applicatie. De rode bolletjes geven de scenariostappen weer.

Testscenario afbeelding 2.png

Afbeelding 3: voorbeeld sequence diagram

Gebruik van het StUF Testplatform

Het StUF Testplatform is een onafhankelijk en formeel toetsinginstrument voor het testen van koppelingen gebaseerd op standaarden uit de StUF familie. Het platform is vanaf eind 2011 in productie en wordt beheerd en doorontwikkeld door KING.

Primair is het StUF Testplatform voor ICT softwareleveranciers die werkzaam zijn op de gemeentelijke markt. Zij kunnen vroegtijdig tijdens de ontwikkeling van software testen of applicatie-applicatiekoppelingen voldoen aan StUF. Leveranciers worden geacht een (preventieve) test uit te voeren op het StUF Testplatform voordat een softwareproduct in productie wordt genomen.

In de handleiding StUF Testplatform wordt verder toegelicht hoe het testplatform gebruikt kan worden.
"The page type input value ":" contains invalid characters or is incomplete and therefore can cause unexpected results during a query or annotation process." komt niet voor in de lijst (Cocreatie, On hold) met mogelijke waarden voor de eigenschap "Cocreatiepublicatie".